Wat is er nu leuker dan een braaf, schattig konijntje afbeelden als terrorist of als een hardcore-partyganger? Over de humor daarvan valt te twisten, maar duidelijk is dat de betreffende afbeeldingen in ieder geval te zien zijn als een poging daartoe. De vraag of dat zomaar mag, kwam recentelijk in een kort geding aan de orde.De afbeelding van Nijntje is als creatieve uiting van Dick Bruna een auteursrechtelijk beschermd werk, waarop Mercis B.V. het auteursrecht heeft gekregen. De auteursrechthebbende kan het gebruik van Nijntje door derden zonder zijn toestemming verbieden. Het auteursrecht beschermt namelijk tegen het ongeoorloofd verveelvoudigen en openbaarmaken van gelijkende Nijntjes.
De rechthebbende kan zich echter niet altijd verzetten tegen het gebruik van zijn werk. Één van de uitzonderingen in de Auteurswet is de zogenaamde parodie-exceptie. In het auteursrecht is sprake van een parodie als een auteursrechtelijk werk wordt nagebootst in gewijzigde vorm met humoristische bedoelingen, doorgaans in een vorm waarbij het werk uit haar kenmerkende context wordt gehaald. Dat niet iedereen de humor inziet van een bepaalde parodie is daarbij niet van belang, het gaat om de humoristische intentie. De rechter ziet deze intentie in het grootste deel van de afbeeldingen uit dit kort geding. Omdat de makers van de afbeeldingen daarnaast ook niet de bedoeling hebben te concurreren met Dick Bruna en omdat er volgens de rechter onder het publiek geen gevaar voor “verwarring” bestaat met de echte Nijntje, is er sprake van een auteursrechtelijke parodie die in het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.
Naast het auteursrecht, speelt hier ook het merkenrecht. Het woord NIJNTJE en de afbeelding van Nijntje zijn namelijk onderscheidingstekens voor de op Nijntje gebaseerde merchandise, en zijn als zodanig in de Benelux geregistreerd. Volgens de rechthebbende maken de afbeeldingen in deze rechtszaak inbreuk op zijn merkenrechten.Het merkenrecht kent, anders dan het auteursrecht, geen parodie-exceptie waarbij een parodie op een merk onder voorwaarden is toegestaan. Het kent wel een “geldige reden” voor het gebruik van het merkteken als dat anders dan ter onderscheiding van producten wordt gebruikt. Zo mag een derde bijvoorbeeld in principe het merk van een ander gebruiken als dat nodig is voor de verkoop van de producten onder het merk, zoals bijvoorbeeld in een reclamefolder. Dit gebruik is dan weer niet toegestaan als het gebruik afbreuk doet aan de reputatie van het merk.
Bij de beoordeling of een parodie op een merk toelaatbaar is, moet volgens de rechter gekeken worden of het gebruik van het merk als parodie als een “geldige reden” kan worden aangemerkt. Daarvoor moet gekeken worden of er genoeg afstand gehouden is ten opzichte van het merk. Het overnemen van merk-elementen mag, maar het moet voldoende duidelijk zijn dat de parodie niet afkomstig is van de merkgerechtigde.
De rechter stelt voor de twee afbeeldingen bij dit artikel vast dat er onvoldoende afstand genomen is van het geregistreerde merk, omdat de afbeeldingen bestaan uit (bijna-)kopieën van het auteursrechtelijk beschermde werk van Bruna. Ik neem aan dat de rechter daarmee bedoelt dat de beoogde auteursrechtelijke werken merk-elementen bevatten die zijn overgenomen, anders is deze vaststelling voor het merkenrecht niet van belang. Daarnaast stelt hij dat er sprake is van een grote gelijkenis met de beeldmerken van de merkhouder. Vanwege deze twee vaststellingen is er volgens de rechter geen sprake van toelaatbare parodieën, zodat er geen sprake is van een “geldige reden”. Terwijl de toelaatbaarheid van de parodie volgens de rechter eerder juist afhing van de vraag of het gebruik als parodie een “geldige reden” is!
In ieder geval oordeelt de rechter dat, nu er geen geldige reden voor het gebruik is, er ook afbreuk aan reputatie van het merk wordt gedaan door Nijntje in verband te brengen met drugs, hardcoreparty’s en terrorisme. Daarmee worden de beide parodieën verboden.
Het merkenrecht geeft doorgaans een sterkere bescherming dan het auteursrecht. Het vastleggen van getekende personages als merk kan helpen om ongewenste parodieën tegen te gaan. Ook als de rechter wel zuiver had geredeneerd was de merkinbreuk waarschijnlijk toegewezen. De afbreuk aan Nijntjes reputatie is volgens ons voor de hand liggend: braaf en schattig gaat immers niet samen net drugs, hardcoreparty’s en terrorisme.