maandag 9 november 2009

Octrooirovers belemmeren gezonde innovatie industrie

Octrooiopkopers worden steeds meer een bedreiging voor de innovatie en de vooruitgang van de (Nederlandse) industrie. Vooral nu, in tijden van recessie, slaan deze opkopers hun slag door patenten over te nemen van failliete bedrijven. Ze doen er vervolgens zelf niets mee, maar slepen iedereen voor de rechter die er inbreuk op maakt. In de VS zijn deze zogeheten ‘patent trolls’ al een ware plaag geworden. Europese bedrijven krijgen er ook steeds meer last van.
Account manager van Octrooicentrum Nederland, Peter van Dongen, voorspelt dat steeds meer Europese bedrijven te maken krijgen met acties van ‘patent trolls’, zeker als ze in het buitenland of de VS zaken doen. Nu al hebben een aantal grotere Nederlandse bedrijven hinder van deze praktijken.


Volgens van Dongen helpt het alleen maar als getroffen bedrijven zich verenigen en gezamenlijk via de rechter ten strijde trekken tegen de ‘patent troll’ die het probeert uit te melken.
Het meest saillante voorbeeld van de afgelopen tijd is het Amerikaanse Research in Motion, dat de Blackberry ontwikkelde. RiM werd aangeklaagd door ‘patent troll’ NTP wegens inbreuk op patenten die dit bedrijfje had verworven.


Er viel een brief op de deurmat, betalen of de rechter. Vlak voor de rechtsgang werd de zaak geschikt met een afkoopsom van $ 612 miljoen. ,,Dit soort bedragen laat meteen zien waar het om gaat. Patenten kunnen ontzettend veel waard zijn. In de VS zijn een stuk of zes ‘premiejagers’ actief die patenten van bedrijven in de problemen opkopen. In Europa staat dit fenomeen nog in de kinderschoenen maar het waait snel over. Nederlandse bedrijven die over de grens zaken doen, hebben er nu al last van”, aldus Peter van Dongen.


Het lastige is dat deze ‘patent trolls’ binnen de mazen van de wet opereren, ze doen niets illegaals. ,,Het vervelende zit ‘m erin, dat ze steeds meer octrooien opkopen en daar vervolgens helemaal niets productiefs mee doen. Ze gaan alleen om zich heen zitten kijken wie er mogelijk inbreuk maakt en dus voor de rechter kan worden gesleept. In feite maken ze misbruik van een systeem dat juist bedoeld is om innovatie te bevorderen”, stelt van Dongen.
Bedrijven die hun eigen productenlijn wil verbeteren, of het nu gaat om wasmiddelen, auto’s of elektronica, kunnen oplopen tegen een ‘patent troll’ die zegt dat er inbreuk wordt gemaakt op hun octrooi. De situatie wordt nog penibeler als men zijn eigen product wil verbeteren met behulp van patenten van anderen.


,,Je ziet dat het hele innovatieproces door deze ontwikkeling wordt bedreigd en dat moet worden gestopt. Bedrijven die octrooien verkopen, moeten goed kijken naar de bedoelingen van de koper. Er moet een harde eis worden gesteld dat de opkoper het octrooi doorverkoopt of er zelf mee gaat produceren”, zegt hij. Daarnaast is het van belang dat de bevoegde rechter zich snel uitspreekt over de mogelijkheden van bedrijven om zich te verweren tegen deze vorm van octrooimisbruik. Octrooirechtspraak is per land geregeld, in de VS zelfs per staat. Vooralsnog is de enige remedie dat bedrijven, die een brief op de deurmat vonden van een ‘patent troll’, zich verenigen.


Volgens Van Dongen gaat het vaak om ondernemingen die in dezelfde sector werkzaam zijn, maar die van elkaar niet weten dat ze door dezelfde ‘patent troll’ onder druk worden gezet. De rechter laat volgens Van Dongen wel degelijk meewegen hoe lang een bedrijf een bepaald product al produceert. “Is dat al jaren en komt de ‘patent troll’ dan alsnog met een brief dat met terugwerkende kracht betaald moet worden, staat de gedaagde een stuk sterker. Er is jurisprudentie dat na een bepaalde tijd octrooihouders tijd genoeg hebben gehad om na te gaan wie er mogelijk inbreuk maakt op een octrooi.” Daarnaast kan een octrooiverlenende instantie in de arm worden genomen om te bepalen of de octrooien terecht zijn verleend.

Bron: Telegraaf 8 november 2009

vrijdag 6 november 2009

Lippenstiftafdruk als versiering


De voorzieningenrechter in Den Haag mocht zich op 15 september jl inleven in verpakkingsmaterialen voor de gemiddelde vrouw van 10 tot 25 jaar. Dat leek een hele opgave voor de heer Van Peursem, die gekend is vanwege zijn diepgaande kennis van het (IE-)recht, maar wellicht minder op de hoogte zou kunnen zijn van wat deze doelgroep tegenwoordig allemaal bezighoudt. Gelukkig bestaat er zoiets als een marktonderzoek. (lees de hier de hele uitspraak)


Debonair brengt sinds 2001 de productlijn “SO….? KISS ME” op de markt. In 2006 en 2008 komt Proctor & Gamble op de markt met een “Naomi Campbell Cat Deluxe”-productlijn. Beide productlijnen kenmerken zich door de verpakkingen met lippenstiftafdrukken. Debonair is hier niet gelukkig mee en stapt naar de rechter. Zij beroept zich op het merkenrecht, auteursrecht en op het onrechtmatig namaken van haar producten.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het gebruik van lippenstiftafdrukken op de verpakking van P&G geen gebruik als merk is, maar puur dient ter versiering. De rechter komt tot deze conclusie op basis van het door P&G gedane marktonderzoek, waaruit blijkt dat het betrokken publiek geen verband ziet tussen de verpakking en de producten van Debonair. Het relevante publiek zal dan ook niet denken dat de producten van P&G afkomstig kunnen zijn van Debonair. Daarnaast is de rechter van mening dat het gebruik van dergelijke afdrukken algemeen gebruikelijk is in de branche van deze doelgroep (vrouwen in de leeftijd van 10 tot 25 jaar).

Op auteursrechtelijk vlak ziet de rechter wel een zekere overeenstemming tussen beide verpakkingen, maar oordeelt dat er hier geen sprake is van “ontlening”. Ontlening is immers een vereiste voor een auteursrechtinbreuk. Aannemelijk moet worden gemaakt dat de inbreukmaker het bewuste werk van de ander heeft “afgekeken”. De rechter: “Het is vanwege de beperkte creatieve mogelijkheden heel goed mogelijk dat twee verschillende ontwerpers op het idee komen producten met deze doelgroep te voorzien van een verpakking met lippenstiftafdrukken.”

Het toevoegen van een vleugje realiteit in de rechtzaal via marktonderzoeken binnen de doelgroep is een welkome ontwikkeling. Niet iedere rechter is immers een regelmatige koper van dit soort producten en bij het zien van enkel de twee in het geding zijn de verpakkingen, zonder rekening te houden met het “umfeld”, kan men al gauw tot een verdraaid beeld van de werkelijkheid komen.


* bewerking van een artikel voor de digitale nieuwsbrief van AOMB

donderdag 5 november 2009

Gebruik eigen portret niet toegestaan

Is het logisch om te denken dat een foto van jezelf ook altijd "van jezelf" is? Juridisch gezien is dat in ieder geval niet zo, zoals eerder dit jaar bleek in een rechtzaak voor de rechtbank Maastricht (link).

De maker van een foto is doorgaans degene die het auteursrecht op die foto heeft. Immers, bij het maken van een foto heeft een fotograaf de vrijheid om de elementen van een foto naar zijn hand te zetten, zoals de belichting, hoek, richting, achtergrond en moment van afdrukken. Deze vrijheid levert een eigen oorspronkelijke creatie op, zoals vereist is in de Auteurswet.

Als een fotograaf een persoon op de foto zet, zijn daarnaast de bepalingen van het portretrecht van toepassing. De wet onderscheidt twee situaties.

Een portret kan in opdracht van de geportretteerde worden gemaakt. Voor het publiceren van de foto door de fotograaf (de auteursrechthebbende) is in zo een geval toestemming nodig van de geportretteerde (artikel 20 Aw).

Als een portret niet in opdracht is gemaakt van de geportretteerde, dan bepaalt artikel 21 van de Auteurswet dat de geportretteerde alleen openbaarmaking kan voorkomen als hij of zij een “redelijk belang” heeft om deze openbaarmaking te voorkomen.

Betekent dit nu dat een in opdracht geportretteerde altijd zelf zijn foto openbaar mag maken? Deze vraag kwam aan de orde toen een geportretteerde een foto op de website van haar bedrijf zette die door een professionele fotograaf was gemaakt in opdracht van haar inmiddels ex-werkgever voor een artikel in een intern tijdschrift. Zij meende dat ze met de foto mocht doen wat ze wilde, omdat zijzelf op de betreffende foto staat afgebeeld.

Helaas, hier prevaleert het auteursrecht. Iemand die op een foto staat kan zich verzetten tegen een publicatie van die foto, maar dit recht tot verzet is niet hetzelfde als een auteursrecht op de foto verkrijgen. Dat recht zit bij de fotograaf of wellicht na overdracht bij de opdrachtgever van de fotograaf.

Dat het gebruik van je eigen foto niet is toegestaan, lijkt op het eerste gezicht een vreemde situatie. Vanuit de gedachte dat de maker van een creatie de rechten op die creatie behoort te verkrijgen is dit evenwel een logische uitkomst.

* bewerking van een artikel te verschijnen in de digitale nieuwsbrief van AOMB

vrijdag 9 oktober 2009

Van Etos/Voor Kruidvatprijzen



Onlangs adverteerde de Etos met de reclamekreet “Van Etos/Voor Kruidvat prijzen”. Hiermee wordt een vergelijking gemaakt tussen de producten van de Etos en het Kruidvat. Op grond van de Europese Richtlijn 2006/114/EG moet er in een dergelijk geval voldaan worden aan bepaalde voorwaarden om onrechtmatig gebruik van het merk van een ander tegen te gaan.

Ten eerste is het misleiden van de consument verboden. Op die grond begon Hans Anders recent een rechtszaak tegen SpecSavers (slogan “Anders dan Hans”), maar de rechter oordeelde dat de consument hier niet misleid werd: de bewering dat niet alle opticiëns van Hans Anders het juiste diploma hebben is feitelijk juist en dus niet misleidend.

De vergelijking moet uitsluitend betrekking hebben op kenmerken van producten welke op objectieve wijze te vergelijken zijn. De prijs van producten is zo een kenmerk.

Ook mag geen verwarring worden gezaaid over de herkomst van de producten uit de advertentie. Zo mag Etos niet zeggen dat ze de producten van het Kruidvat zelf voor minder geld verkopen.

Tot slot moet men zich houden aan de vier voorwaarden voor “eerlijk gebruik van merken (van derden) in de handel”. Kort gezegd: de goede naam mag niet worden geschaad; er moet geen oneerlijk voordeel worden getrokken uit de bekendheid van het merk; in de advertentie mogen geen imitatie of namaakproducten worden aangeboden en de vergeleken goederen moeten voor hetzelfde doel zijn bestemd.

Op basis van de bovengenoemde criteria is de vergelijking die Etos maakt met de prijzen van het Kruidvat vermoedelijk toegestaan. Het is echter de vraag of het Kruidvat slechter wordt van een dergelijke reclameuiting. Etos suggereert immers dat ze in drogisterijproducten buiten de actieperiode duurder zijn dan het Kruidvat…

* Artikel te verschijnen in de digitale nieuwsbrief van AOMB

woensdag 23 september 2009

Google: Adwords volgens de A-G


Zeer recent kwam de Advocaat-Generaal van het Hof van Justitie met zijn conclusie in drie gebundelde zaken over het gebruik van Adwords als merkinbreuk. Hieronder een korte samenvatting.

De A-G onderscheidt verschillende vragen:

1. Het gebruik door Google inhoudende het toestaan van merken als AdWords-zoekwoorden door adverteerders.

Bij gebruik als merk moet er een verband zijn tussen het merk en de waren of diensten die verkocht worden onder het merk. Het toestaan door Google van AdWords die merknamen inhouden is niet een dergelijk gebruik. De selectieprocedure van zoektermen is een interne aangelegenheid die alleen tussen Google en de adverteerder speelt.

2. Het gebruik door Google inhoudende het tonen van advertenties naast de normale zoekresultaten door het gebruik van merken als AdWords-zoekwoorden.

De zoekmachine van Google is enkel een middel om te zoeken op internet. Het relevante publiek zal geen verband zien tussen AdWord en merknaam. Het feit dat bepaalde advertenties worden getoond bij zoekwoorden die overeenkomen met merknamen, betekent niet dat internetgebruikers het verband daartussen zien. Het verband zal eerder worden gezien in de tekst van de advertentie en de websites waarnaar gelinkt wordt. Uitleg van dit laatste verband is echter niet gevraagd. Het tonen van advertenties en zoekresultaten op basis van AdWords die merknamen inhouden, kan niet tot verwarring leiden over de oorsprong van de waren en diensten. Daarom kan via AdWords of de zoekmachine geen afbreuk worden gedaan aan de essentiële functies van een merk.

3. Of het gebruik van de merknamen als zoekwoorden invloed heeft op andere functies (afbreuk aan het onderscheidend vermogen of reputatie) van een merk naast zijn basisfunctie (onderscheiden).

Inbreuk op de andere functies van een merk staat los van de vraag of er afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen van een merk. Het beschermen van de kosten van innovatie en investeringen in het merk is geen absolute bescherming, daar tegenover staan de vrijheid van expressie en de vrijheid van handel. Omdat , zoals hierboven is geconcludeerd, er geen gevaar voor verwarring bestaat bij het gebruik als zoekwoord, én het gebruik van merken in vergelijkende reclame doorgaans onder voorwaarden is toegestaan in de handel, kan het gebruik van de zoekwoorden door Google niet verboden worden door de merkhouders. Het gaat hier (immers) om eenzelfde soort gebruik. Het gebruik van zoekwoorden is een essentieel kenmerk van het internet, dit kan niet doorbroken worden door het alleenrecht van een merkhouder, anders zou het systeem van internet in gevaar komen. Conclusie: geen afbreuk aan de andere functie van een merk, geen verbod op het gebruik in zoektermen.

4. Of Google's toestaan van merknamen als AdWords in zichzelf een merkinbreuk is.

Het toestaan van merknamen als AdWords zou Google aansprakelijk kunnen maken voor het doorverwijzen naar websites met inbreukmakende derden. Google zou op deze wijze van merkinbreuk beschuldigd kunnen worden. De aansprakelijk van Google op dit punt moet echter in nationale wetgeving geregeld worden en kan in de onderhavige zaken niet beoordeeld worden.

5. Of hyperlinks, zoekmachines en AdWords onder "diensten van de informatiemaatschappij" vallen (in het kader van "free movement of information services" in de EU Richtlijn 2000/31).

Ja.

6. Of de AdWords-service van Google valt onder artikel 14 Richtlijn 2000/31 (het verwijderen van gehoste illegale content door de rechter indien in lijn met de wetten van de lidstaat en door de provider indien hij weet heeft van de illegale gehoste spullen).

De inhoud van AdWords valt niet onder de beperking van de aansprakelijkheid genoemd in artikel 14 Richtlijn 2000/31. Google heeft een direct belang bij internetgebruikers die klikken op de getoonde advertenties, weet ook precies welke zoektermen ze hebben en welke vaak worden opgevraagd.

7. Of merkhouders kunnen voorkomen dat hun merken gebruikt worden als AdWords-zoektermen.

De selectie van zoektermen is een privé-activiteit, geen commerciële. Google verbieden bepaalde zoektermen aan te bieden, terwijl andere zoektermen wel toegestaan zijn is niet logisch. Merkhouders zijn ook niet totaal machteloos, via de advertenties die verschijnen kan de merkhouder eventuele daadwerkelijk merkinbreuk aanpakken.

donderdag 10 september 2009

Muziek zonder rechten


Een opmerkelijk bericht in De Telegraaf (ja, héél soms staat er in deze overbodige krant iets wat daadwerkelijk opmerkelijk is).

Auteursrechtvrije achtergrondmuziek dus. Normaal moeten winkeliers en horecagelegenheden betalen voor de "liedjes" die ze spelen als achtergrondmuziek. Logisch, de creatieve energie die in de muziek gestopt is, verdiend immers beloning. En als je ervan geniet of het leidt tot hogere omzet, dan heb je er iets voor over, toch? Evengoed is het almaar betalen voor de muziek maar vervelend volgens de gebruikers. Een mening die overigens door meer mensen gedeeld schijnt te worden. De oplossing is dus Byato: "zelfgecomponeerde achtergrondmuziek" die gegarandeerd auteursrechtvrij is. Geen afdracht aan de SENA, Buma of Stemra meer nodig. Geweldig.

Het is de vraag of het aanslaat om onbekende klanken te draaien in een winkel. Wil het publiek niet het liefst winkelen bij "de nieuwste van Marco Borsato"? Een winkel of een café wil natuurlijk hip zijn, daar hoort muziek bij die op dat moment "in" is. Een voor de hand liggende oplossing is dan om de rechtenvrije muziek op de nieuwste hitjes te laten lijken. En ik neem aan dat de SENA daar op zal gaan letten. Ik zie de juristen al in de handen wrijven en hoor ze fluisteren: "ontlening!", "ongeoorloofd openbaarmaken", "verveelvouding!".

Aan de andere kant kan het ook zijn dat de gemiddelde consument eigenlijk helemaal niet meer luistert, maar gewoon "geluid" met een ritme in zijn oren moet hebben om gelukkig te zijn. Het zou me niets verbazen. Dan zou de auteursrechtvrije muzak wellicht een succes kunnen worden. Aanhaken bij Borsato is dan niet meer nodig. De massa consumeert tenslotte alles waarvan men zegt dat het lekker is.

Stel je voor dat een muzakje een hit wordt. Zou er dan echt niemand gaan schreeuwen dat hij de rechthebbende is op de inkomsten die er uit voortkomen?

dinsdag 25 augustus 2009

Vastgelegde Goddelijke kracht



Omdat het op IE-gebied een beetje komkommertijd is, even een vermakelijke octrooi-aanvrage. Absurd, en dus Amerikaans, of, Amerikaans, en dus absurd. Kiest u zelf.

In de octrooi-aanvrage US 2007/0035812 wil Christopher Roller het exclusieve recht op het gebruik van Goddelijke krachten op aarde. Natuurlijk wil hij ook het exclusieve recht op het geld wat daarmee verdiend wordt. Hij mag dan goddelijk zijn, het blijft een Amerikaan.

Roller stelt in zijn octrooi dat hij degene is die de goddelijke krachten op aarde beheert. Het gaat dan om krachten die gebruikt worden bij het maken van producten (zijn voorbeeld: microchips), tijdens de werking van producten (zijn voorbeeld: de werking van een inktjet cartridge) en na de werking van producten (zijn voorbeeld: het verdwijnen van littekens na een operatie).

Vóór de octrooi-aanvrage heeft Roller in 2005 het bedrijf van David Copperfield aangeklaagd wegens het ongerechtigd gebruik maken van goddelijke krachten tijdens de shows van de illusionist. De rechtbank in Minnesota die hierover mocht oordelen vond dat er geen claim was neergelegd waarvoor ze een vergoeding konden opleggen. Daarnaast verklaarde de rechtbank zich onbevoegd te oordelen over het gebruik van goddelijke krachten: "a claim for usurpation of Godly powers is beyond the jurisdiction of this Court or any court on this earth".

Ik denk dat Roller met zijn octrooi-aanvrage probeert een recht te verkrijgen waar inbreuk op gemaakt kan worden. Een octrooi-inbreuk is immers wel een claim waar een vergoeding tegenover kan staan. Kennelijk is het dus iemand die niet heel dom is en ook iemand met het geld om zoiets te kunnen doen.

Op zijn website blijkt pas echt hoe gestoord deze man is. Gestoord, niet dom en met geld. Een gevaarlijke combinatie. Ik zou hem opsluiten. Voor hij president wordt, of zo.

Met dank aan IPKat.